Blok 5: Fase 2 Alliantievorming en agenda-ontwikkeling

Gepubliceerd 1 april 2019

Wat heeft er plaatsgevonden?
In deze fase hebben in de drie uitwerkingslijnen de volgende activiteiten plaatsgevonden:


Onderdelen aanpak
Agenda en programma Trendwatching Leerspoor
  • Opstellen gespreksnotities per opgave
  • Gesprekstafels rondom de opgaven
  • Strategisch overleg
  • Uitwerking omgevings-opgaven door duo’s van Rijk en regio
  • Toets en aanvullen tijdens brede Synthese-bijeenkomst
  • Perspectief op Oost verder verdiept tijdens strategisch overleg.
  • Toets en aanvullen tijdens brede Synthesebijeenkomst
  • Ophalen van ervaringen tijdens strategisch overleg aan de hand van kwadrant (gaat goed/kan beter – inhoud/proces)
  • Risicosessie ‘opdrachtgevers’

Op basis van de input uit de Gebiedsdialoog is in deze fase allereerst verder gewerkt aan een verdere verdieping van de opgaven. Rondom een overzicht van voorlopige opgaven zijn gesprekstafels georganiseerd met als doel meer scherpte aan te brengen in de gezamenlijke opgaven van Rijk en regio in landsdeel Oost en een eerste verkenning te doen welke extra of nieuwe inzet van partijen nodig is in de aanpak van deze opgaven (in aanvulling op al lopende initiatieven, acties en projecten). De gesprekstafels zijn georganiseerd rondom samenhangende opgaven op verschillende schaalniveaus:

  • Verstedelijking en kenniseconomie Regio Zwolle;
  • Verstedelijking en kenniseconomie Regio Twente;
  • Verstedelijking en kenniseconomie Clean Tech regio;
  • Verstedelijking en kenniseconomie Regio Arnhem-Nijmegen & Foodvalley;
  • Vitaal aantrekkelijk en duurzaam landelijk gebied;
  • Slimme netwerkkracht en Ruimtelijk-Economische Assen;
  • Integrale rivierlandschappen IJsselvechtdelta en Rijn, Waal en Linge.

Hier lees je de gespreksnotities terug die van tevoren zijn opgesteld voor deze tafels in samenwerking met betrokkenen uit Rijk en regio, met daarin ook weergegeven de opbrengsten van de gesprekstafel. Na de gesprekstafels zijn de opbrengsten in het strategisch overleg besproken. Tijdens dit overleg is de slag gemaakt naar een selectie van negental ‘Omgevingsopgaven’. Er zijn vervolgens duo’s of trio’s van Rijk en regio gevormd die – op basis van een 1e uitwerking door de bureaus – in hun achterbannen de beschrijving van de gezamenlijk opgave, lopende en nieuwe acties verder hebben aangevuld.

De resultaten van deze negen duo’s zijn vervolgens vertaald in een concept Omgevingsagenda. Deze is verder aangescherpt en verrijkt tijdens de Synthesebijeenkomst op 11 februari 2018, waar circa 100 vertegenwoordigers van rijk en regio hebben deelgenomen. De duo’s stonden tijdens de Synthesebijeenkomst als facilitator van het gesprek bij ‘hun opgave’ en hebben vervolgens de opbrengst vertaald in verdere aanscherpingen van de Omgevingsopgaven. De bureaus hebben deze, in een laatste redactieslag, in de  Omgevingsagenda opgenomen.

Parallel aan de verdieping van opgaven is gewerkt aan het overkoepelende Perspectief op Oost. Tijdens het strategisch overleg werd dit perspectief besproken en aangescherpt op de volgende drie onderdelen:

  • Positie en kwaliteiten van Oost Nederland;
  • Oost in beweging (trends, ontwikkelingen, transities);
  • Perspectief op Oost Nederland op weg naar 2040.

Deze input is gebruikt om het Perspectief op Oost aan te vullen en te verwerken in de concept Omgevingsagenda. Tijdens de Synthesebijeenkomst op 11 februari zijn er door de aanwezigen, aanscherpingen gemaakt bij de conceptversie. De duo’s die aan de lat stonden voor de negen Omgevingsopgaven hebben deze verzameld en verwerkt, wat met behulp van de bureaus resulteerde in een verder aangescherpte versie van het Perspectief op Oost.

Tijdens de verdieping van de omgevingsopgaven en het perspectief op Oost is tussentijds aandacht besteed aan leerervaringen en risico’s. Tijdens een Strategisch overleg is geïnventariseerd hoe de deelnemers aan kijken tegen: wat gaat er goed? Wat kan er beter? Zowel op proces als inhoud. Daarnaast hebben de opdrachtgevers met elkaar een risicosessie gehouden, waarin is gedeeld welke risico’s men ziet op weg naar het gezamenlijke doel: een Omgevingsagenda mét meerwaarde. Met name  een beperkte betrokkenheid vanuit verschillende partijen, en daarmee het om de tafel krijgen van de goede mensen, werd gezien als een uitdaging. Daarnaast bleken ook nog de verwachtingen over het eindproduct – ondanks de aandacht hiervoor al bij de aftrap van het proces – sterk te verschillen, mede als gevolg van verschillende abstractieniveaus van de opgaven. Naar aanleiding van de risicosessie hebben de opdrachtgevers besloten om met enige regelmaat de risico’s terug te laten komen in de kernteamoverleggen.

Tijdens de Synthesebijeenkomst is gepeild onder de aanwezigen hoe bekend zij al zijn met de concept Omgevingsagenda en hoe cruciaal zij deze achten voor de uitvoering van de NOVI en de provinciale omgevingsvisies.  Na afloop van de bijeenkomst is de meerwaarde van de Omgevingsagenda en tips voor het vervolgproces onder de aanwezigen opgehaald.

Percepties en leerervaringen
Tijdens deze fase worden de volgende percepties en leerervaringen opgedaan
  • In deze fase zijn de gezamenlijke opgaven benoemd met strategen vanuit de verschillende overheden. Er was een sterkte behoefte om deze opgaven eerst aan te scherpen en te verdiepen met experts, voordat ze in ‘uitvoeringsallianties’ nader worden uitgewerkt en een aanpak wordt  geformuleerd. Om deze reden zijn eerst enkele verdiepende gesprekstafels georganiseerd;
  • Tijdens de gesprekstafels bleek eens te meer hoeveel (sectorale) trajecten en acties er al lopen voor de aanpak van opgaven. Het bleek lastig te zijn om concrete extra of nieuwe acties te benoemen waar Rijk en regio samen mee aan de slag willen (boven op wat al loopt). Partijen zien een belangrijke meerwaarde van de Omgevingsagenda dan ook vooral in de gezamenlijke afstemming van de aanpak van integrale opgaven: daar waar meerdere transities en opgaven op verschillende schaalniveaus samen komen. Dit vraagt veelal om een gebiedsspecifieke aanpak. Daaruit kunnen dan ook weer uitgangspunten voor nieuw beleid voor transities voortkomen;
  • Uit dit inzicht en uit de vaak geuite wens tot ‘nog meer focus’ is ervoor gekozen om in ieder ‘gebied’ de samenwerking tussen Rijk en regio te intensiveren op die integrale gebiedsopgaven die specifiek zijn voor een gebied en als ‘motor/vliegwiel’ kunnen fungeren voor vernieuwing op het schaalniveau van Oost. Door selectief te zijn, verwachten we dat de meerwaarde van de Omgevingsagenda groter kan worden. Namelijk meer richtinggevend  door keuzes te maken en een duidelijker onderscheid te maken met andere trajecten en nota’s.
  • Het blijft ook in deze fase nog zoeken naar het passende abstractieniveau voor het formuleren van acties of afspraken van Rijk en regio. Te abstracte afspraken lijken een agenda met meerwaarde in de weg te zitten. Te concrete afspraken werken snel toe naar ‘lijstjes van projecten’ en vragen ook om inzet en middelen. Dit laatste is pas aan de orde aan diverse vervolgtafels als het BO-MIRT, diverse regiodeals, etc.
  • Scherpte en prioritering aanbrengen in de regiotafels bleek gemakkelijker dan in de thematische tafels (zoals ‘Vitaal, aantrekkelijk en duurzaam landelijk gebied’). Met als reden dat de uitwerking van deze opgaven per regio heel verschillend kan zijn. Specifieke gebiedskennis aan tafel werkt dan ook goed in aanvulling op meer algemene, thematische kennis;
  • In de schriftelijke reacties op eerste concepten van de Omgevingsagenda wordt vaak gevraagd om tal van inhoudelijke onderwerpen die ook al in andere nota’s staan ook op te nemen in de Omgevingsagenda. Velen streefden naar compleetheid boven focus. Waar mogelijk is vanuit het Kernteam geprobeerd om dit te voorkomen omdat dubbelingen afbreuk doen aan een heldere en aparte positionering van de Omgevingsagenda in relatie met andere instrumenten. Deze ervaring leert dat het opstellen van Omgevingsagenda’s dan ook vraagt om een evenwichtige vertegenwoordiging in het proces van generalisten/strategen (die doorgaans meer focus willen) en specialisten (die overwegend compleetheid willen). Diezelfde balans geldt ook voor het evenwichtig in beeld kunnen brengen van ‘wat er al loopt’ en wat er ‘aanvullend nodig is’;
  • In reactie op deze eerste concepten, bleek ook dat het moeilijk was om de koppeling te maken tussen de reeds bestaande trajecten en de ambities voor landsdeel Oost. De doorwerking van landsdelige opgaven moest een plek krijgen, waar de focus nog vaak op regionale opgaven lag;

Quote deelnemer gesprekstafel: “Jullie vertelden dat naast het fysieke nu ook het sociale aspect meegenomen wordt, daarom verbaast het mij dat de burgerkracht met vele maatschappelijke initiatieven niet is meegenomen.”

  • Het werken met duo’s of trio’s van vertegenwoordigers uit het Rijk en de regio heeft het eigenaarschap voor de omgevingsopgaven / omgevingsagenda vergroot. Ook heeft hierdoor uitwisseling plaatsgevonden die in regulier niet altijd tot stand komt (organisatiegrensoverschrijdend werken);
  • Organisatorisch blijkt het voor regio’s soms lastig om mee te werken aan de verdieping van de verschillende opgaven op verschillende schaalniveaus. Dit vraagt veel tijdsinzet, met name ook vanwege de afstemming tussen meerdere organisaties die juist bij een Omgevingsagenda nodig is;
  • Bij de gesprekstafels zijn in enige mate private partijen en maatschappelijke organisaties betrokken. Dit verschilde sterk per gesprekstafel. Bij bijvoorbeeld regio Twente deden zowel kennisinstellingen als clusters van ondernemers (zoals Technology Base Twente) mee aan het gesprek. Dit zorgde voor een aanscherping van de opgaven, omdat zij specifieke kennis en ervaringen konden inbrengen.
  • De balans tussen snelheid in het proces en het zorgvuldig betrekken van alle partijen is een zoektocht. Inmiddels zijn er in deze fase van het proces circa 200 mensen in meer of mindere mate betrokken bij de ontwikkeling van de Omgevingsagenda.

Quote deelnemer gesprekstafel Twente: “Heel goed dat onderwijs + ondernemers erbij worden betrokken. Vergeet maatschappelijke organisaties niet (gezondheid, zorg, milieu, veiligheid)!”